Dossier: burgers per kilo laten betalen voor afval, het werkt!

Burgers laten betalen voor elke kilo afval die ze produceren, geeft de gemeenten de nodige middelen voor een slim afvalbeleid. Dit dossier maakt een balans op van de situatie en verzamelt de beste voorbeelden uit de drie gewesten.


24.04.2017 - Wetgeving & beleid

Voor de lokale besturen is een optimaal afvalbeheer erg belangrijk. De steden en gemeenten in Vlaanderen, Brussel en Wallonië willen in de eerste plaats de hoeveelheid huishoudelijk afval verminderen (in Vlaanderen en Wallonië zijn ze dat trouwens verplicht). Een gezond afvalbeleid voorkomt daarenboven boetes en forse prijsverhogingen, die onvermijdelijk (minstens gedeeltelijk) aan de burgers worden doorgerekend. Een positief element is dat de gemeenten dan kunnen blijven genieten van interessante financiële stimulansen (op de site van OVAM leest u meer over subsidies).

De afvalkosten onder controle houden

Zowel in het noorden als in het zuiden van het land en in het Brussels Gewest komen de gemeenten tot dezelfde conclusie: de hoeveelheid huishoudelijk afval moet naar omlaag, om te voorkomen dat de factuur voor het beheer (inzameling en transport) en de verwerking (verbranding) torenhoog oploopt. Veel gemeenten hebben al beslist om op een positieve manier actie te ondernemen door op de achilleshiel van de burgers te trappen: geld. Door het gewicht van hun vuilniszak te verminderen, kunnen burgers flink besparen terwijl de lokale besturen voldoen aan de regionale verplichting om het afval te verminderen. Zo blijven ze van regionale steunmaatregelen genieten; maatregelen die zorgen voor een betere werking van de containerparken, die het thuiscomposteren en de installatie van containers met een chip aanmoedigen.

Tarifering per gewicht

Geld blijkt vaak een ideale hefboom om de gewoonten bij te sturen en burgers aan te zetten tot meer verantwoord gedrag. Dat geldt ook voor afval: de afvalproductie kan aanzienlijk worden verminderd via een tarifering per gewicht. Dat wordt mogelijk gemaakt door containers met een chip, waarmee de hoeveelheid afval exact kan worden opgevolgd. Gemeenten die de regionale doelstellingen niet naleven, kunnen in het Waals Gewest een boete krijgen in de vorm van een ‘sanctionerende belasting’. Het Vlaams Gewest houdt de druk op de ketel door de gemeenten een alsmaar groeiende verbrandingsbelasting op te leggen. “Ze is in een jaar tijd zelfs verdubbeld van 8,18 euro per ton in juni 2015 tot bijna 15 euro per ton" bevestigt Christof Delatter aan de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). De lokale besturen zijn absoluut niet blij met deze maatregelen en klagen het onrechtvaardige karakter ervan vaak aan (in Vlaanderen via de VVSG, in Wallonië via de Union des Villes et des Communes de Wallonie), maar ze blijken wel uitermate doeltreffend om de afvalproductie onder controle te houden. Cédric Slegers, adjunct-directeur van Go4Circle, de bedrijfsfederatie van privébedrijven die actief zijn in afvalbeheer, meent zich te herinneren dat slechts één Waalse gemeente er niet in slaagde zich aan de drempels te houden, wat haar een ‘taxe sanction’ van 39 euro per extra ton opleverde.

'De vervuiler betaalt' en 'de reële kostprijs'

Deze principes zijn des te meer gerechtvaardigd omdat ze ook zijn opgenomen in de Waalse en Vlaamse afvalreglementering. In het Waals Gewest bijvoorbeeld verplicht de wetgeving de gemeenten inderdaad om in hun werking twee grote principes na te leven: ‘de vervuiler betaalt’ en de ‘reële kostprijs’. “Volgens het eerste principe moet de vervuiler de prijs van de sanering of de afvalverwerking betalen, voor het afval dat hij zelf heeft geproduceerd,” zegt Baudouin Ska, adjunct-directeur van Go4Circle. “Het tweede principe verplicht de gemeenten en intercommunales om alle directe en indirecte reële kosten die verbonden zijn met alle fasen van de afvalverwerking, van de inzameling tot het sorteren en de verwerking, door te rekenen. Daarbij moeten de gemeenten een evenwicht aanhouden tussen de ontvangsten en de uitgaven”. In Vlaanderen moeten de gemeenten volgens hetzelfde algemene principe van verantwoordelijkheid van de lokale besturen maximale aandacht besteden aan het verminderen van het huishoudelijke afval. Zij krijgen wel meer steun voor oplossingen om zoveel mogelijk afval uit de restafvalzak te halen (subsidiëring van compostvaten, ondergrondse containers ...).

Nieuw: containers met chip

Op die manier wordt alles in het werk gesteld om de burger verantwoordelijk te maken, te ‘responsabiliseren’. De invoering van containers met chip, waar dat mogelijk is, vormt in zekere zin het sluitstuk van deze strategie. En het is zonder twijfel de meest efficiënte maatregel. Met de facturatie per gewicht kunnen de sorteerinspanningen van burgers en bedrijven immers heel precies worden doorgerekend. In Wallonië hebben veel gemeenten die stap al gezet. Dat is onder meer het geval in de streek rond Charleroi. In die uitgestrekte regio, waar zich zowel landbouw- als sterk verstedelijkte gebieden bevinden, heeft de intercommunale ICDI acht van de veertien gemeenten naar het systeem van containers met chip zien overgaan, voor de inzameling van organisch afval. Die containers blijken op het terrein echter niet altijd de meest praktische oplossing. In Ecaussines heeft de gemeente beslist om het organisch afval opnieuw in zakken op te halen in plaats van met containers met chip. De geurhinder was te sterk tijdens de zomermaanden.

Grote Europese première in Seraing

Dezelfde klachten werden ook gehoord in Seraing. Daar had de intercommunale INTRADEL gemeenschappelijke containers met chip geplaatst in dichtbevolkte zones. In juli werden de containers weer ingevoerd nadat ze waren aangepast om geurhinder te voorkomen. In dit opzicht kan SUEZ, dankzij zijn perfecte kennis van de beschikbare opties en de realiteit op het terrein, de meest geschikte oplossingen voorstellen. De bewoners kunnen voortaan de klep van een gemeenschappelijke container openen door hun chipkaart te scannen, waarna ze hun restafval erin deponeren. Het afval wordt dan automatisch gewogen en van hun rekening afgetrokken. Een Europese première waarop de intercommunale INTRADEL niet weinig trots is en die andere Waalse gemeenten kan inspireren, vooral gemeenten waar veel flatgebouwen zijn. Gemeenten moeten zich ook aanpassen aan de situatie van alleenstaanden of koppels zonder kinderen. Voor hen zijn de containers soms te groot.

26% minder afval

In Vlaanderen is het DIFTAR (systeem met gedifferentieerd tarief) al enkele jaren van kracht in het kader van het VLAREMA, de Vlaamse tegenhanger van het Plan wallon des déchets-ressources. “Het DIFTAR-systeem wordt beheerd op basis van containers met chip die worden gewogen bij de ophaling door de vuilniswagen,” legt Hugo Geerts, kabinetschef van minister van Leefmilieu Joke Schauvliege, uit. Er zijn echter ook andere oplossingen om het principe van ‘de vervuiler betaalt’ toe te passen. “Vuilniszakken zijn ook een soort DIFTAR. Elk systeem heeft voor- en nadelen. We laten het dus aan de gemeenten en de intercommunales om te bepalen welk systeem het meest geschikt is voor hun verschillende zones,” vervolgt de kabinetschef. Zo kan een gemeente voor containers kiezen in landelijke gebieden, maar vuilniszakken laten gebruiken in zones met veel appartementsgebouwen. De DIFTAR-logica levert in elk geval indrukwekkende resultaten op. In Turnhout is na de invoering van het tariferingssysteem per gewicht het huishoudelijke afval van 105 tot slechts 76 kilo per jaar verminderd. Dat is een daling van 26%. Ook in Aarschot heeft het DIFTAR de hoeveelheid afval aanzienlijk verminderd, lees meer. 

En in Brussel?

Het Brussels Gewest is ook van plan om het principe van de vervuiler die betaalt toe te passen, maar heeft minder vrijheid om containers met chip te installeren of een tariferingsbeleid te voeren dat is geïnspireerd op het Vlaamse DIFTAR. Dat is te wijten aan verschillende factoren, zoals de beperkte omvang van het grondgebied, de hoge bevolkingsdichtheid, de heterogeniteit van de bevolking (expats, ...). Het Brussels Gewest zal dus eerder sensibiliseringsacties of programma’s moeten ontwikkelen om de afvalproductie te beteugelen. Dat is ook het doel van  BRUDALEX, de nieuwe Brusselse wetgeving voor het beheer van afvalstoffen, die van kracht werd op 23 januari en die het gebruik van plastic zakken voor eenmalig gebruik verbiedt en de kwestie van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid dus nog meer aan de orde stelt.

Lees meer over publiek-private-partnerschappen (PPP), meer bepaald tussen SUEZ en Intradel.


Burgers per kilo laten betalen: 5 belangrijke zaken om te onthouden

  1. de gemeenten die de tarifering per gewicht hebben ingevoerd, hebben allemaal besparingen gerealiseerd
  2. de hoeveelheid huishoudelijk afval verminderen is een wettelijke verplichting
  3. de burgers weten snel hoe ze hier voordeel uit kunnen halen
  4. de tarifering per gewicht kan worden ingevoerd met verschillende technische oplossingen (containers met chip, maar ook traditionele vuilniszak, ...)
  5. het systeem brengt de gewoonten van de operatoren en de burgers niet in de war

“Elk systeem heeft voor- en nadelen. We laten het dus aan de gemeenten en de intercommunales over om te bepalen welk systeem het meest geschikt is voor hun verschillende zones.”

Hugo Geerts, kabinetschef van minister Joke Schauvliege
Ja, dat wil ik wel